Piggelmee en het tovervisje. Offsetdruk: Kühn & Zoon, Rotterdam. Foto: Cora de Boed
Piggelmee en het tovervisje. Offsetdruk: Kühn & Zoon, Rotterdam. Foto: Cora de Boed Cora de Boed

Het tovervisje, een oud sprookje dat tot leven komt

Algemeen 1.437 keer gelezen

Zo'n zeventig jaar geleden wisten bedrijven ook al behoorlijk reclame te maken en hoe! Met advertenties in de kranten natuurlijk, dat wel. Maar ook op een andere manier, bij boodschappen bijvoorbeeld die je kocht bij de kruidenier, de kleine zelfstandige. Supermarkten bestonden toen nog niet. Bij Van Nelle koffie kon je sparen voor de avonturen van Piggelmee, beschreven in Het tovervisje en De wonderschelp. Nostalgie ten top! Ik neem u lezers terug mee in die tijd van het visje.

Door Cora de Boed

In het land der blonde duinen en niet heel ver van de zee, woonde eens een dwergenpaartje en dat heette Piggelmee. 't Waren heel, heel kleine mensjes en ze woonden - vreselijk lot, want ze hadden heel geen huisje, in een oude keulse pot. Voor de zon en voor de regen… Nooddruft had hen dat geleerd… hadden zij die stenen pot, met de opening naar de grond gekeerd. Toen een gat erin geslagen, klein maar groot genoeg voor hun kleine dwergenlijfjes en daar kropen zij dan door. 't Vrouwtje zorgde voor het eten, maar dat eten moest er zijn. 't Ventje ging dus dagelijks jagen, schoot een haasje of konijn. Met een heel, heel klein geweertje. Dat gaf niet zo'n grote klap en dan ging hij op zijn klompjes met zijn konijntje vlug op stap. Zó, nu wist dat dwergenpaartje zich te schikken in zijn lot. En zij leefden vele jaren in hun omgekeerde pot.

Toen, wie had dat kunnen denken? 't Onverwachte komt altijd door een onverwachte tijding werd hun hart door hoop verblijd. Op een mooie zomermorgen lazen ze in de Dwergenkrant, dat er was… een tovervisje komen zwemmen naar het strand. 't Visje, dat met staart en vinnen, vlug zich door de golven sloeg, kon je alles, alles geven, als je 't hem maar nederig vroeg.

Doodstil werd het op die morgen in de oude keulse pot, want de beide dwergjes dachten aan hun droef en armelijk lot. ...Nederig vragen...alles krijgen...Alles en… zij hadden niets. 'n Visje dat zo mooi kon toveren...Toveren? Manlief, zei je iets? Ik? Neen. Zou je manlief, durf je niet eens naar dat visje gaan? Vrouwtjelief, dat doe ik zeker, vóór je het zei, dacht ik er aan. En wat zou je hem dan vragen, als je heus dat visje sprak? 't Allereerst, dunkt mij, een huisje met een schoorsteen en een dak. 'n Huisje, echt een heus huisje? Durf je dat te vragen man? Zo een huisje met een deurtje waar je echt in wonen kan? Ik, nog eenmaal in een huisje! Mens? Wie had dat ooit beleefd, en haar kleine oogjes glimmen van de voorpret die ze heeft.

En in de vroegte, de volgende dag ging Piggelmee, klossend op zijn kleine klompjes door de duinen naar de zee. Visje, riep hij reeds van verre, visje, kan ik je eens spreken, zwem je hier in de omtrek rond? En toen klonk er plots als antwoord uit de verre wijde zee, zacht, een zilveren stemgeluidje: Riep je, ventje Piggelmee? Ja ik! Riep het ventje en hij trilde van genot; Visje, ach geef mij een huisje, ik woon maar in een stenen pot. Ga maar, ga maar, riep het visje, 't geven kost mij niemandal. Ga maar gauw naar huis mijn ventje, want je huisje staat er al. En vergetend te bedanken, liep het dwergje, dol van pret naar zijn pot, maar waar die stond, was nu een huisje neergezet. Uit een van de vele raampjes riep zijn vrouwtje, oh, zo blij: Piggelmee! Wat zeg je daarvan? Kijk eens hier, hier wonen wij. Piggelmee zag met verbazing nu zijn kleurig huisje staan, en hij wilde door het deurtje als een heertje binnen gaan.

Maar zijn vrouwtje kwam naar buiten. 't Huisje is wel aardig, maar het zou je binnen niet bevallen, want het is nog lang niet klaar. Je moet duidelijk op je klompjes nog eens naar de zee gaan, man, want een huisje zonder meubels, kijk, wat hebben wij daar an! Vraag het visje een paar stoelen en een tafel en een bed, en gordijnen voor de raampjes, want dat staat zo keurig net. En nog meer, wat ik wou zeggen, ja, zoveel nog, ga maar vast, er moet nog een spiegel wezen en ook nog een linnenkast.

Zilverzacht
Vrolijk fluitend, op zijn klompjes, ging het dwergje Piggelmee weer naar het strand en riep van verre: Visje in de zee! Onbeweeglijk bleef de verte, niets te zien in zee en lucht, dan een eenzaam strandpluviertje, dat zijn heil zocht in de vlucht. Toen kwam weer dat stemgeluidje, zilverzacht uit verre zee. Riep je mij nog eens mijn baasje? Riep je, dwergje Piggelmee? Ja ik, riep verheugd het dwergje, ik dank je voor het huisje wel. Maar ik wou nog zoveel hebben, meubels en een gordijnenstel. Ga maar, riep het visje, het geven kost mij niemandal, ga maar gauw naar huis, want je meubels staan er al.

Toen het dwergje thuis kwam, vond hij druk zijn vrouwtje in de weer met het boenen van de meubels en zij sprak als de eerste keer: Man, je moet nog weer terug gaan, want het visje is zo goed, vraag voor mij wat mooie kleren, een mantel en een hoed. Voor jezelf schoenen, want, zoals je zelf wel ziet, met die klompjes aan je voeten, pas je in ons huisje niet. En ofschoon hij nu wat moe werd, ging het dwergje Piggelmee wéér naar het visje in de zee.

Gaarne liep hij door de duinen, maar het werd hem nu wat saai; Boven hem vloog hoog een zeemeeuw, voor hem uit een vlaamse gaai. Visje!, riep hij reeds van verre, ik zou het niet wagen weer zo gauw en zoveel te komen vragen, maar ik moet wel voor mijn vrouw. Kijk, ze wil wat kleren hebben en een mantel en een hoed, en voor mij een flink paar schoenen, het visje, zegt zij, is zo goed. Ga maar! Riep opnieuw het visje. Och, ik ken de vrouwtjes wel, je zult thuis reeds alles vinden, ga maar heen en loop maar snel. En het dwergje thuisgekomen vond zijn vrouwtje reeds gekleed, zich bekijkend in de spiegel en ze sprak… Het doet mij leed, Piggelmee, je moet teruggaan, want ik kan met goed fatsoen, nu niet uitgaan; Als ik weg ben, wie zal hier de boel dan doen? Ga het visje nu nog zeggen, dat het zo niet langer kan. Dat voor 't boenen en het koken ik een hulp moet hebben, man. Piggelmee keek nu zijn vrouwtje voor 't eerst gramstorig aan, maar hij durfde niets te zeggen. En enfin, hij zou maar gaan. Onderweg dacht hij nog telkens aan zijn stulpje van weleer. En, dat hij het nu zo goed had, maar, hij floot geen liedje meer.

Visje, riep hij reeds van verre, visje, visje in de zee! Roep je weer? Vroeg nu het visje, roep je dwergje Piggelmee? Ja, riep beklemd het ventje, och mijn vrouwtje wou zo graag bij haar werk een hulpje hebben, een meisje is het, waar ik nog om vraag. Ga naar huis, je zult er vinden alles netjes aan de kant en een meisje vlug en helder, ook een uit het Dwergenland. Piggelmee, vermoeid van het lopen, ging naar huis. Zijn vrouwtje was ook zo even thuis gekomen maar niet bijster in haar sas. Piggelmee, je moet teruggaan, dadelijk, ik ben erop gesteld, onderweg wou ik wat kopen, het was zo mooi, maar ik had geen geld. Ga het visje nu nog vragen om wat geld, een volle zak, ik moet het meisje toch betalen, daarna neem je je gemak.

Het ventje ging met lome schreden, nog een keer naar het visje heen. Het was intussen laat geworden, het strand lag eenzaam en alleen. Voor zijn voeten sloop een wezel, azend op een duinkonijn, en het ventje schrok even, want hij was zelf zo klein. Vis, riep hij reeds van verre, visje, visje in de zee! Riep je? Klonk het nu weer vrolijk, riep je vriendje Piggelmee? Ja, riep verruimd het ventje, ja, mijn vrouwtje stuurt mij weer, het meisje moet ze nu betalen en wat kopen en zo meer. In ons huisje is nu alles, wat gemak en vreugde biedt, zegt mijn vrouwtje, maar dat ene, geld zegt zij, dat heeft ze niet. Ga maar! Riep plots het visje, het geven kost mij niemandal, daar had ik om moeten denken, ga naar huis, de zak geld is er al.

Veel later
Op dit moment is het vele maanden later; Zien we vriendje Piggelmee, dagelijks weer zijn wandeling maken naar het visje in de zee. Dan een 'dit' en dan een 'datje', altijd was het voor zijn vrouw en altijd als hij terugkwam, had vriendje Piggelmee berouw. Soms waarom de melk zo schiftte, het gas zo suisde... Een andere keer wie toch beter brood haar bakte, het brood was lang niet lekker meer. En zo ging het alle dagen, 's morgens vroeg of 's avonds laat moest hij bij het visje wat gaan vragen, en… het visje werd niet kwaad.

Eens, het was zo koud die morgen, moest onze arme Piggelmee, hij wou juist wat langer slapen, toch naar het visje, toch naar zee. Want, kijk hier, van Nelle's koffie was wel heerlijk, daar niet van, maar ze wou nog betere hebben, vraag het maar aan het visje, man! Het antwoord van het visje klonk nu heel driftig, als uit dichtgeschroefde keel: Dwerg, ga dadelijk naar je vrouw toe, zeg haar dit: Ze eist te veel. Betere koffie dan Van Nelle's koffie is er op heel de aarde niet. Hetgeen wel ieder kan begrijpen, die deze naam op het pakje ziet. Zeg haar dat ik haar zal straffen. Het spijt me wel voor jou, mijn vrind. Ga naar huis en ga eens kijken, hoe je daar de toestand vindt.

Gelukkig
De clou van dit verhaal is dat vrouwtje Piggelmee de weelde niet aankon, het geld maakte haar in ieder geval niet gelukkig. Ze was telkens ontevreden en wilde steeds meer en meer. Totdat het visje zó boos werd en het huisje op zijn beurt weer omtoverde tot de oude keulse pot. En wat denk je? Thuis gekomen vond het ventje Piggelmee, het leven weer heerlijk en weer goed. Tot het einde hunner dagen, zat het eenzaam dwergenpaar, steeds Van Nelle's koffie drinkend, in-gelukkig met elkaar!

Op de plek van de keulse pot staat ineens een huisje. Foto: Cora de Boed
Genieten van de koffie tot het einde. Foto: Cora de Boed
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Laatste nieuws

CDA badmintonploeg bezocht Badminton Stad in Stad aan 't Haringvliet
CDA traint mee bij badminton in Stad aan ’t Haringvliet Sport 2 uur geleden
De winnaars laten zich bejubelen.
Weer winst bij regiofinales schoolvoetbal Sport 2 uur geleden
Veel waardering voor deelnemers aan de Roparun
Veel waardering voor inzet tijdens 35e editie Roparun op Goeree-Overflakkee Sport 3 uur geleden
De PMD-zak blijft de gemoederen bezighouden.
Motie over gepersonaliseerde PMD-zakken Actueel 3 uur geleden
Ter illustratie © pixabay
Investering in robotmaaiers en ‘t Fort Prins Frederik Actueel 4 uur geleden
Eén van de voorzittershamers. © archief Jacquelien Wielaard
Ludieke motie over voorzittershamer Actueel 5 uur geleden

Uit de krant