
Ken het dat ik je kan of kan het dat ik je ken?
Algemeen 809 keer gelezenSoms hebben mensen moeite met of het nou ‘ken’ of ‘kan’ moet zijn. Het gaat hier om het verschil tussen de werkwoorden kunnen en kennen. Kunnen, dus ‘kan’ en ‘kunt’ of ‘kun’, heeft te maken met kunde, met ergens toe in staat zijn. Kennen heeft te maken met kennis, met ergens iets van weten. Dus het moet zijn: ‘Kan het dat ik je ken?’
Door Nick Ehbel
Voorbeeld: Ik kan autorijden en ik ken de verkeersregels.
Want: Ik ben in staat om auto te reden en ik weet de verkeersregels.
Of: Ik ken de Franse taal en kan hem een beetje spreken.
Want: ik heb kennis van de Franse taal en ben ik staat hem een beetje te spreken.
Hij kan er niets van = hij is nergens toe in staat.
Hij kent er niets van = hij weet er niets van.
Dus: Kun je me helpen? Met andere woorden: Ben je in staat me te helpen?
Of: Ken je me nog? Weet je nog wie ik ben?
Rotterdammers
Volgens professor Marc van Oostendorp maken veel Rotterdammers helemaal geen verschil tussen kennen en kunnen. “Ze gebruiken allebei de werkwoorden in beide betekenissen:
ik ken mijn buurvrouw en
ik kan mijn buurvrouw.”
Dat ken tog of nie soms?















