
Piet van Zielst verhaalt over het ontstaan van Herkingen ‘55
Sport 1.324 keer gelezenHaerekenees Piet van Zielst en de herinneringen van een voetballer van het eerste uur.
Door Cas Witvliet
Na een competitieduel tussen het tweede elftal van Herkingen ’55 en het derde van DVV ’09 raakte ik met geboren en getogen Haerekenees Piet van Zielst aan de praat over de geschiedenis van Herkingen ’55. Piet is het oudste DVV-lid en al jarenlang de verzorger van DVV 3. Terug op het veld van zijn oude cluppie in Herkingen borrelden bij deze 87-jarige voetbalfanaat talloze herinneringen op. Als 16-jarig broekie maakte hij namelijk deel uit van het allereerste elftal van Herkingen ’55.
grondleggers
,,Mijn gedachten gaan bijna 71 jaar terug,’’ gaat Piet terug in de tijd. ,,Toen op een herfstachtige avond in oktober 1955, drie personen bij elkaar zaten en op het idee kwamen om weer een voetbalclub op te richten. (Een eerdere vereniging, HVV (1945-1951), was verdwenen door een tekort aan geld en leden. Enkele spelers weken uit naar Melissant, onder wie Piet Polder, die later terugkeerde naar Herkingen, red). De naam van deze nieuwe vereniging zou VVH’55 gaan worden. De drie initiatiefnemers van het nieuwe VVH’55 waren gemeentesecretaris Jan van der Ster, boer Ruilof van Putten en de heer Groenewegen. Deze laatste was door Rijkswaterstaat aangesteld om de dijkverhoging te begeleiden, na de Watersnoodramp van 1953. Dit historische moment vond plaats in café Huize Gezelligheid aan de Kaaidijk 19 in Herkingen, het toen pas net geopende dorpscafé van mijn moeder Mina en vader Piet. Ik was pas 16 jaar en viel met mijn neus in de boter want ik mocht vanaf dag één van de nieuwe club voetballen in een elftal met allemaal ‘grote mannen’ van tussen de 25 en 35 jaar.’’
koeienvlaaien
,,Boer Cor Geluk stelde een weiland beschikbaar als speelveld. Voor iedere wedstrijd moesten eerst de koeienvlaaien worden verwijderd, een klus waarvan de gevolgen na afloop vaak nog zichtbaar en ruikbaar waren. De club beschikte over twee leren ballen, eenvoudige doelen zonder netten en een omgebouwd wiedmachientje om lijnen te trekken. Omkleden gebeurde achter het doel of bij slecht weer in het wagenhuis van boer Geluk. Op 1 januari 1956, telde onze nieuwe club 23 leden, waarvan 12 voetballers. Mina van Zielst hield in het café het ledenbestand bij. Helaas kwam er niet veel nieuwe aanwas van leden. Religieuze bezwaren en beperkte financiële middelen maakten voetbal voor veel gezinnen onmogelijk. Zelf had ik het voorrecht dat mijn ouders me wilden en konden helpen. Als jonge leerling-timmerman werkte ik vijftig uur per week, dus ook op zaterdagmorgen. Mijn loon was toen vijf gulden per week, omgerekend tien cent per uur. Zonder hulp van mijn ouders, was ook voor mij voetballen niet mogelijk geweest. In 1956 speelden we uitsluitend vriendschappelijke wedstrijden. Sommige spelers verschenen zelfs nog op hun werkschoenen. In de tweede helft van 1956 werd door een visser uit Stellendam - wiens dochter verkering had gekregen met één van onze spelers - netten gebreid voor onze doelen. Maar toen de netten eenmaal hingen, was de liefde over en de verkering uit.’’
geel en zwart
,,Eind 1956 is VVH ‘55 ondergebracht bij de Rotterdamse Voetbal Bond (RVB) onder de zaterdagafdeling Goeree-Overflakkee. Er werd een tweedehands keet aangeschaft die ging dienen als kleed-, berg- en natte ruimte met een echte kraan. De waterleiding werd door ons zelf gegraven. Vanaf de boerderij van Geluk was dat 70 meter naar de keet… gewoon met de schop. Het zweet op de rug en de blaren op onze handen. Tegelijk verhuisden we toen naar het andere weiland. Toen we eenmaal competitie gingen spelen, moesten we ook een tenue en voetbalschoenen hebben. Het tenue bestond uit een geel shirt, zwarte broek en gebreide kousen. Voor veel gezinnen was de aanschaf een flinke uitgave.’’
kolenwagen
,,Voor het vervoer naar onze uitwedstrijden, waren we aangewezen op een kleine vrachtwagen. Doordeweeks werd daarmee door ‘de Jannen’ kolen rondgebracht. Onze zitplaatsen waren veilingkisten. Over comfort en veiligheid werd met geen woord gerept. We moesten hoe dan ook gewoon van A naar B. Bij thuiswedstrijden maakte moeder Mina een grote ketel thee. Vader Piet bracht die samen met kopjes uit het café per fiets naar het voetbalveld, zodat er in de rust altijd iets warms te drinken was. Over het hoge gras op ons thuisveld (het weiland van boer Geluk) werd door de andere verenigingenregelmatig spottende opmerkingen gemaakt, zoals ‘Wij waren op Herkingen aan het voetballen en na een kwartier vloog er nog een fazant uit het veld’. Maar in die tijd was er bij meer clubs wel iets‘ afwijkends’ hoor. In Ouddorp lag het voetbalveld bijvoorbeeld tussen schurvelingen (beplante aarden wallen ter afscheiding). Daar tussen liep een voetpad van hoekvlag naar hoekvlag. En dan kon het dus zomaar gebeuren dat er tijdens de wedstrijd een kind op een houten stepje op het veld voorbij kwam.’’
Hongaar
,,In de elf jaar dat ik voetbalde, hebben we overigens nooit een trainer gehad. Maar… één keer per jaar kwam Dezsü Bunt - een Hongaarse oud-voetballer - ons een avondje training geven. Dat was voor ons fijn maar voor hem ook want het trok extra ‘klandizie’. Hij had namelijk een sportwinkeltje schuin tegenover het gemeentehuis in Middelharnis. Maart 1958 speelden we tegen Ouddorp aan de Vroonweg in Dirksland. Een beslissingswedstrijd voor het kampioenschap van Flakkee. Zelf kon ik daar niet bij zijn. Ik stond toen namelijk ‘in dienst’ en voor voetballen kreeg je geen verlof. Ons elftal verloor jammer genoeg met 3-1. In 1960 zijn we op Tweede Pinksterdag met beurtschipper (binnenschipper) Kees de Korte naar Bruinisse overgevaren om daar te voetballen. Het was ons eerste elftaluitje. Voetbalvereniging Herkingen ’55 heeft in de loop der jaren veel goede voetballers voortgebracht. Zoals bijvoorbeeld uit de families Van Ast, Van den Ochtend, Bestman, Kievit en Molenaar. Voor een kleine dorpsvereniging is dat best bijzonder.’’
van ‘puber’ naar ‘opa’
,,Van 1955 tot en met 1966 heb ik op Herkingen gespeeld. Door omstandigheden ben ik daarna gestopt. Maar vanaf het moment dat mijn zoon Peter bij DES ‘67 in Dirksland ging voetballen, ging het vlammetje toch weer branden. En toen jaren later mijn kleinzoon Sven ook een passie voor deze sport ontwikkelde, ben ik bij de jeugd gaan helpen en heb ik als vrijwilliger alle afdelingen doorlopen. Inmiddels ben ik alweer een aantal jaren verzorger van het derde elftal van DVV ‘09. Dat zie ik écht als een erebaan. En voor mij is de cirkel - of in dit geval de bal - rond. Ooit begon ik als ‘puber Piet’ te voetballen bij de grote mannen. En nu loop ik ieder weekend als ‘opa Piet’ met de jonge mannen mee het veld op. Het is geweldig om dat te mogen meemaken!’’
luxe
Tot slot. ,,In de jaren 50 en 60 die ik beschrijf, hadden we heel weinig en waren we blij met alles. Het comfort en de luxe die voetbalverenigingen heden ten dage tot hun beschikking hebben, zijn dan ook niet te vergelijken met de tijd van toen. De jeugd van nu zal zich dan ook vast verbazen over hoeveel moeite wij ruim 70 jaar geleden moesten doen om ons potje voetbal te kunnen spelen.”















