
Joost van Rijckevorsel; kwartiermaker fort Ooltgensplaat
Actueel 132 keer gelezenOoltgensplaat - ‘Een foto-expositie van alle huwelijken die hier voltrokken zijn’ zomaar één ideetje van Joost van Rijckevorsel, de nieuw aangestelde kwartiermaker van fort prins Frederik. Sinds 1 mei heeft hij van de gemeente de opdracht om, in de praktijk, iets te verzinnen waardoor het rijksmonument een nieuwe functie krijgt. Eerdere pogingen om een huurder te vinden faalden. Ik ging eens langs om hem te bevragen over zijn plannen.
Door Frank/Janine
‘Het idee dat de markt zo’n omvangrijk complex, in volle glorie, overeind kan houden is een utopie’. Joost kan het weten, eerder wist hij de ontwikkeling van fort Sabina, aan de overkant, op gang te brengen. Puur toeval dat Ada Grootenboer zijn opvolger werd.
Joost trok verder en begon het bedrijf ‘fort-producties’, actief op alle forten van de zuidelijke waterlinie. ‘Er moet altijd geld bij’ aldus van Rijkevorsel ‘een zelfbewuste samenleving zou iets over moeten hebben voor het bewaren van geschiedenis. Nieuwe functies brengen eigen geldstromen op gang. Al moet je daar niet teveel van voorstellen ‘ tempert van Rijckevorsel het enthousiasme ‘arbeidstoeleiding, natuur-ontwikkeling, alle beetjes helpen’.
Dat stichting Podium en gemeente elkaar gevonden hebben vindt de kwartiermaker een gunstige ontwikkeling. ‘Cultuur is een sterke drager. Zo komt er leven in de brouwerij en kunnen we, met elkaar, ontdekken wat er mogelijk is’. Een aanloopje van de nieuwe dorpsraadvoorzitter, terwijl we in gesprek zijn, illustreert dat. Zelf kent hij het fort alleen als bouwplaats, hij komt eens buurten of er voor de jeugd geen plek is. ‘De sleutel kan ik je nu niet geven maar we gaan er zeker over praten’. Zo heeft het fort niet alleen verleden maar ook toekomst.
Joost meent dat de dure bureaus, die tijdens de verbouwing toekomstplannen aan het smeden waren, het een beetje hebben laten liggen. ‘Het fort is eeuwen verbonden geweest met Ooltgensplaat, als je het dorp hier niet bij betrekt geef je goud uit handen’.
Een groepje vrijwilligers die, beetje bij beetje, het fort opknappen zou hij welkom heten. Zo heeft hij zojuist een partij eiken vloerdelen naar binnen gesjouwd die een tweede leven gaan krijgen als tafelbladen. Ik begrijp de stille uitnodiging en begin de kersverse kwartiermaker te helpen met afborstelen van munitiekisten, die hij bij de dump opscharrelde.
We praten en breien verder. ‘Niet het grote werk, nieuwe kazerne-luiken moet je aan een bedrijf overlaten. Al zou het wel leuk zijn als die hier ter plekke in elkaar getimmerd worden’ bedenkt hij ‘plek zat’. Het groenonderhoud is er ook zo eentje; ‘een kudde schapen wellicht? Op Sabina combineerden we recreatie en natuur. Zoiets biedt mogelijkheden maar stelt ook grenzen aan het gebruik’.
Wat dat betreft ziet Joost voordelen dat hij zo’n spanjool is van de overkant, niet getekend door een lokale geschiedenis die hij meedraagt ‘verwar me niet met de nieuwe beheerder of zelfs exploitant’ benadrukt hij ‘het ligt in de lijn dat ik over een paar jaar weer verder trek en het fort met een nieuwe toekomstrichting achterlaat. Zo is het tenminste, tot nu, telkens gegaan’.
Zo zitten we gezellig te keuvelen maar de vraag hoe de gemeente het voor zich ziet is nog niet aan de orde geweest. De wethouder heeft een kritische raad op zijn nek die wil weten wanneer de financieel bodemloze put gedempt is. ‘Wat werkt’ doceert de bedrijfsleider van evenementbureau Fort-producties ‘is de scheiding tussen weekend en door de week. Bedrijven en organisaties zijn voor evenementen dol op dit soort locaties. Er is sfeer en legio aanknopingspunten voor een programma. Voor cateraars interessant omdat er weinig risico aan verbonden is. Werknemers zijn ook recreanten en omgekeerd zodat beide functies elkaar kunnen versterken’ weet Joost ‘al zijn ruimtelijke aanpassingen hier wel nodig, een verdwaalde wandelaar kun je tijdens een bedrijfsevenement best hebben maar geen pakketbezorgers die het fortplein op rijden. We gaan het in de praktijk allemaal ontdekken’ besluit Joost van Rijkevorsel ons gesprek.
Van de week gaat hij, samen met de erfgoed-ambtenaar, eens kennismaken met de afdeling vastgoed van de gemeente om te praten over het commercieel verhuurtarief. ‘Ik hoop dat ze geen dollartekens in hun ogen hebben, want voor een onverwarmde vergaderruimte van 14 graden kun je geen hoofdprijs vragen’. Er moet nog een hoop gebeuren maar er zit beweging in. Laat Joost maar schuiven.















