
Column Frank/Janine: De straat moet open
AlgemeenDonderdag ga ik kijken naar raads-TV, de maandelijkse uitzending uit het gemeente-clubhuis. Ik hoor nu al het sonore stemgeluid van raadslid Zwerus, volzinnen citerend uit de nota energietransitie; groene kabouter-praat noemt i dat. In 2015 besloot de VN dat we de klimaatopwarming tot 1,5 graden beperken. Nederland besloot vervolgens om in 2050 van het gas af te gaan. Hoe dat moest? Gemeentes hebben dat uit te zoeken. Zo ver zijn we dus; de aanpak energietransitie staat op de agenda.
Wij ronken, met al onze windmolens, dat we energie-exporteur zijn maar eigenlijk klopt dat niet. Er vloeit nog heel wat gas, benzine en diesel binnen. Bovendien waait het niet altijd; 20% van de tijd loopt de stroom onze kant op.
Sinds de uitvinding van het vuur steekt de mensheid alles in de fik dat voorhanden is. Hout was lang de enige doe-het-zelf bron. Turf of kolen; je hebt het niet op eigen erf. Met de technologische vooruitgang werd het nog ingewikkelder; niet alles kan in de tank van je auto; E10, E5 of diesel, het steekt nauw. En dat elektrische apparaat vraagt 230 volt en 50 hertz.
Twee energiesystemen met verschillende oorsprong; super-kapitalistische olieboeren die onderlinge prijsafspraken maakten en staatsbedrijven die elektriciteits-centrales bouwden en voor iedereen aansluiting regelden. Het systeem verandert nu we zelf producent zijn geworden met zonnepanelen op ons dak. En met groepen burgers die geld bij elkaar leggen voor windmolens. Dat maakt ons medeverantwoordelijk dat energie altijd voorhanden is. Het idee van Stadtenaren om waterstof door de gasbuizen te douwen kwam wellicht iets te vroeg; het is er niet/te duur.
Het college legt de raad nu een fundamentele keuze voor; leg warmtenetten aan in onze dorpen om onze huizen te verwarmen; electriciteitskabels gaan al die warmtepompen niet trekken. Waarmee we die warmte opwekken zien we dan wel weer.















