
Expositie ‘Een Verdwenen Gemeenschap’ in Streekmuseum Sommelsdijk geopend
Algemeen 1.043 keer gelezenSommelsdijk- Er heerste een indrukwekkende stilte vorige week donderdag in de Remonstrantse kerk, toen Ineke v.d. Meijden-Both de zeven kaarsen van de menora aanstak.
Door Henk Blanke
De menora staat symbool voor het licht dat weer schijnt. Licht, dat na de deportatie van de gehele Joodse gemeenschap op Goeree-Overflakkee, tijdens de tweede wereldoorlog, weer over het eiland schijnt. Ineke v.d. Meijden-Both is de oudste nazaat van de 63 Joodse inwoners die tot 14 augustus 1942 op het eiland woonden. Op die datum nl. werden de eersten op transport gezet naar de vernietigingskampen. Slechts zeven van hen overleefden dit.
Mezoeza
‘Je bent pas dood als je naam niet meer wordt genoemd’, waren de openingswoorden van burgemeester Ada Grootenboer-Dubbelman. ‘De Joodse gemeenschap op het eiland is een verdwenen gemeenschap, maar ondanks de shoah, de holocaust, niet vergeten. De expositie laat op indringende wijze zien, dat de Joden op ons eiland gewone mensen waren, deel van de eilandgemeenschap. Door hen een naam te geven zal de herinnering blijven’. Na haar toespraak liep het gezelschap naar het Streekmuseum voor de officiële openingshandeling. Op de deurstijl van het museum timmerde de burgemeester een mezoeza. Dit is een tekstkokertje met teksten uit het Bijbelboek Deuteronomium. Gelovige Joden raken dit aan, elke keer als zij erlangs lopen, als herinnering aan Gods woorden.
De expositie heeft vier thema’s
Tachtig jaar na de bevrijding werd vorige week donderdag de expositie ‘Een verdwenen gemeenschap’ in het streekmuseum van Sommelsdijk geopend. Betsy Biemond-Boer, woordvoerder van de werkgroep die de tentoonstelling tot stand heeft gebracht, gaf inzicht in hetgeen er allemaal aan vooraf is gegaan. Dat bestond voor een groot deel uit een zoektocht naar documenten, mensen, verhalen en voorwerpen door het hele land. Dit eindigde uiteindelijk tot het unieke beeld van het leven van de Joden op het eiland en het tragische eind van hen in de vernietigingskampen.
Vier thema’s brengen het verhaal in beeld, beginnend met de Joodse rituelen. Deze zijn gesitueerd in een compleet ingerichte huiskamer in Joodse stijl. De parochet, het gordijn voor het huisaltaar, is een blikvanger. Ook de Rabbijnse bijbel trekt de aandacht.
Het Joodse dagelijks leven is het tweede thema. De Joden waren gewone mensen met een normaal gezinsleven. Zij oefenden hun beroep uit, net zoals ieder ander en maakten deel uit van de eilandgemeenschap. Een digitale tafel geeft daarin een prachtig inzicht.
De chronologische tijdlijn in de geschiedenis van de Joodse gemeenschap op het eiland is het derde thema.
Het meest indrukwekkend is wel het vierde thema. Daarin heeft bijna iedere Joodse inwoner een gezicht gekregen. Er zijn 63 Poltersteine of struikelstenen bijeen gebracht. Daarop zijn koperen plaatjes aangebracht, waarin naam, geboorte- en overlijdensdatum zijn gegraveerd is. Bij ieder plaatje is, voor zover dit te achterhalen was, een foto van die persoon geplaatst.
Gezamenlijk project
De tentoonstelling is tot stand gekomen door een werkgroep met o.a. Betsy Biemond-Boer, Bertrand van de Boogert, Jan Both en Matthijs Guijt. Vele vrijwilligers hebben de expositie vorm en inhoud gegeven. Voor groep zeven van de basisscholen op het eiland is een lesbrief samengesteld. Het geheel is mogelijk gemaakt door de financiële bijdragen van het Windfonds, het Nipius-Roosfonds, de stichting Paul van Hesenfonds en de gemeente Goeree-Overflakkee.
De tentoonstelling ‘Een verdwenen gemeenschap’ is tot en met 3 januari 2026 te bezoeken. Voor verdere informatie: raadpleeg de website: www.streekmuseum goeree-overflakkee.nl.















