
Tino van Kampen vertelt: Herfst
AlgemeenDe lezer zal het vast ook ervaren. Stiekemweg, drukt de herfst tegen de zomer aan. Al zijn er nog steeds temperaturen van zo rond de vier- vijfentwintig graden. De blaadjes van de esdoorn die zich buiten in een grote bloempot in de tuin overeind probeert te houden verkleuren al een beetje. Ook sommige vogels zijn al op trek.
De verrekijker hangt om mijn nek. Op mijn fiets rijd ik stilletjes op het voetpad naar de polder. Een buurvrouw in trim-outfit, haar hond aangelijnd, doet mij stoppen en afstappen. ‘Ik zag net een purperreiger. Heb jij hem al gezien?’ zegt zij enthousiast. Dat heb ik niet. We maken een praatje. Hij blijkt achter in de polder te zitten. Daar ga ik niet heen. Er ligt een ander route in mijn gedachten. Daar waar ik heenga is vast ook het een en ander te beleven.
Een zevental grote zilverreigers heten mij aldaar welkom. In een hoogspanningsmast verderop zie ik twee roofvogels. Ik heb al een vermoeden wat het zijn. Maar eerst vraagt grote Harrie om aandacht. Hij is een uit de kluiten gewassen charleroi rund met een ring in zijn fikse neus. We maken een praatje. Na een tijdje kijkt ook hij naar de mast en zegt: ‘Hey jij bent toch aan het vogelen’.
Dichterbij blijken het twee slechtvalken te zijn. Omdat ik ze niet goed in beeld krijg wacht ik even, kijk ondertussen wat rond. Als ze van zich laten horen en hun vleugels hebben uitgeslagen, weet ik het zeker. Dat worden tot in de herfst en winter leuke uurtjes: jachtpartijen!
Verderop ‘mauwen’ enkele buizerds, een bruine kiekendief trekt een rondje. Bij een clubje herkauwende runderen keert hij om. Kleine Harrie, zonder neusring, kijkt hem na. Ik geniet terwijl er groepjes brandganzen op zoek zijn naar een smakelijk plekje om te grazen.
Kleine vogeltjes laten zich weinig zien. Op een enkele tapuit na. Ik herken hem aan zijn vliegbeeld en zijn witte stuit. Ik pak mijn kijker. Helaas de vogel is gevlogen. Dat is wel anders als ik op mijn fietsje de polder uitrijd. Rondom mij heen en verderop op het pad vliegen en zitten tientallen boerenzwaluwen. Die boven op de weg hebben mij door, want als ik iets dichterbij afstap om ze goed te bekijken vliegen ze op.
Ik moet het doen met twee huismusvrouwtjes in het riet. Als je die beestjes goed bekijkt, ook al zijn ze nog zo algemeen, worden zij bijzonder en mooi. Net zoals deze ochtend. Het zonnetje, een praatje, vogeltjes. Even lekker op pad. Niets moet, veel mag. Misschien een ook idee voor de lezer van dit stukje?
Natuurliefhebber en vogelaar Tino van Kampen schrijft regelmatig in ‘Groot Goeree-Overflakkee’ over zijn omzwervingen in de natuur rondom het Haringvliet.















