
Marias Velthuizen vertelt over de Kerkuil
Algemeen‘Een vliegende kraai vindt altijd wat’. Deze keer worden drie kerkuilkuikens geringd. De Kerkuilen-werkgroep NLGO heeft mij uitgenodigd om bij het ringen van de kuikens aanwezig te zijn. Drie leden van de werkgroep nemen deze avond dit werk op zich. De benodigde materialen worden klaar gezet. Ger Maatkamp maakt alles klaar voor het ringen. Ondertussen geeft hij college over de kerkuil aan de aanwezige familie en kennissen van de eigenaar van de boerderij. Pieter Both zet de ladder in het gat dat naar de zolder leidt. Hij is deze avond de ‘klimgems’. De kasten moeten zo hoog mogelijk en op een zo donker mogelijke plaats komen. Volgens vader Cor Both staat daarom voorop: goed materiaal, geen risico nemen en altijd met twee personen werken. Toch kan er weleens wat mis gaan.
Een keer staat hij op de ladder om jongen tevoorschijn te halen die hij wil ringen. Flats zegt er één. Een witte golf stroomt over zijn poloshirt. Om de witte krijtstrepen er uit te wassen valt nog niet mee. De kleur van zijn shirt, met het trotse logo van de kerkuilenwerkgroep er op, is na de was wel een paar tintjes lichter geworden. Een andere keer vliegt een nietsvermoedende uil pardoes in zijn gezicht. Om dergelijke verrassingen te voorkomen gaat zoon Pieter eerst de ingang van de nestkast afsluiten.
Zit er nog één van de ouders in de kast en heeft deze een ring om dan kan men die ook nog aflezen. De oudste uil die ooit op het eiland gevonden is, was 12 jaar oud. Een melding uit Helgoland vertelt dat deze 445 km heeft afgelegd. Met een draagtas om zijn hals komt Pieter even later de ladder af. Een voor een haalt hij de kuikens uit de tas.
Het officiële gedeelte begint. Ger Maatkamp noteert op een formulier: De datum van het ringen, het ringnummer, de leeftijd, het gewicht, de spanwijdte van de vleugels, zijn ze goed doorvoed en het geslacht. Voelt het borstbeen scherp aan dan zijn de jongen te licht. Of het een man of vrouw is, kan men vaststellen door de breedte van het laatste dwarsstreepje op de eerste en derde slagpen te meten. Het is een man wanneer het smaller dan 7 mm en bij een vrouw breder dan 7 mm is. Dit is enkele jaren geleden door vogelkenners in Nederland ontdekt.
Deze avond worden twee mannen geringd. Bij één spruit is het nog niet te zien, de derde pen is nog niet uitgegroeid. De kuikens zijn 48 dagen oud. Zij vliegen uit als ze 8 weken zijn. Het gewicht is aan de lage kant. Dit heeft te maken met de muizenstand. Die verandert per jaar. Zijn er veel muizen dan zijn de kuikens zwaarder. Ook worden dan meer jongen groot gebracht. Het gemiddelde over langere tijd gerekend is in een jaar 4 á 5 jongen per paar.
Omdat de eieren om de andere dag gelegd worden en het vrouwtje al op het eerste ei begint te broeden komen de eieren niet gelijk uit. In het begin voert de man de prooien aan. Pas als het laatste jong een muis heel doorslikt gaat het vrouwtje ook op jacht. De helft van de uitgevlogen jonge kerkuilen wordt een jaar oud. De ouders hebben ze niets geleerd. De kuikens moeten veel leren: de omgeving verkennen, behendig vliegen en jagen. De stand van de oren helpt daarbij.
Bij de kerkuil bevinden de gehooringangen zich op verschillende hoogte in de kop. Bij de mens zou dit betekenen dat het ene oor aan de bovenkant van ons hoofd zit en het andere oor bij de kin. Een geluid komt nu een fractie van een seconde na elkaar in de oren. Het geluid komt in de vorm van een driehoek naar ze toe. Zo kunnen ze exact bepalen waar een prooi zich bevindt. meeste slachtoffers vallen in het verkeer.
De bermen langs de wegen zijn gemaaid. Muizen die daar zitten horen en zien de uilen goed. Dikwijls zitten ze op een hectometerpaaltje langs de snelweg. Komt er een vrachtwagen langs dan worden ze door de luchtstroom meegezogen en belanden tegen een auto die er na komt. Op de paaltjes monteert Rijkswaterstaat sinds enkele jaren rolletjes zo kunnen de vogels hun evenwicht niet bewaren.
De Kerkuilenwerkgroep
De werkgroep bestaat 30 jaar. In de loop der jaren is er een goede samenwerking met kerkbesturen en agrariërs ontstaan. De kasten hangen in hoge gebouwen als torens en schuren. Er wordt nooit verteld bij wie ze hangen. Door illegale handelaren worden in het land regelmatig eieren en kuikens gestolen. In al die jaren is het hard werken voor de groep. De broedkasten worden van heel oud hout dat niet naar verf mag ruiken zelf in elkaar geknutseld. Hoe het er uitziet is niet belangrijk.
Op het ogenblik hangen er verspreid over heel Goeree-Overflakkee 119 kasten. Tot nu zijn er dit jaar 26 broedparen gesignaleerd. Er zijn 50 jongen geringd. Kerkuilen eten veel muizen. Voordeel van kerkuilenbraakballen is dat ze heel blijven. De botjes verteren niet. Ga je ze uitpluizen dan kun je aan de inhoud zien wat ze eten. De soorten muizen kun je zo op naam brengen.
Er zijn drie soorten muizen: woelmuizen, ware muizen en spitsmuizen. Gert Maatkamp is een specialist om bij het uitpluizen van de braakballen de prooidieren op naam te brengen. Zo zijn er twee nieuwe soorten muizen op het eiland ontdekt: De Rosse Woelmuis en de Aardmuis.
Hoe gaat het met de kerkuilen op Goeree-Overflakkee? De kerkuilenstand is op ons Eiland enorm toegenomen. De muizenstand voor de mens schadelijk, maar voor de kerkuil van levensbelang wordt in toom gehouden.
Dit succes is een compliment voor de kerkuilenwerkgroep. Het landschap op Goeree-Overflakkee is niet optimaal voor de kerkuil. Toch vliegen er veel rond.















