
Column Frank/Janine: luie donder
AlgemeenDestijds maakte ik werk van mijn inburgering hier. In Rotterdam werkte ik met hulpverleners. In groepsgesprekken trachtten we lastige onderwerpen op tafel te krijgen zoals schulden of huiselijke problemen. Uitnodigen deden we heel omzichtig.
Ik was verbaasd om hier, in de huis-aan-huiskrant, een voorlichtingsmiddag over depressies aangekondigd te zien; in de stad garantie op vroeg thuis. Dat wou ik meemaken en trok naar het kerkje onderaan de Bommelsedijk.
De zaal zat lekker vol. Een psychiater van een christelijke zorginstelling hield een degelijk verhaal; ‘eigenlijk weten we niet goed waarom mensen soms lang achtereen neerslachtig zijn.
Dat in de bovenkamer de chemische balans verandert, is aangetoond. Maar of dat oorzaak of gevolg is? Treurige gebeurtenissen jagen depressies aan maar aanleg is ook een factor’. Ik weet dat een hoofd dan op hol slaat. Wij piekeren wat af, zwermen muggen blazen we op tot kuddes olifanten. We nemen ons allerlei voor, waar we, in beter tijden, blij van werden. Maar door de herrie in ons hoofd raken we opgejaagd en komen nergens toe. We gaan mensen uit de weg.
Pillen kunnen helpen. Gesprekstherapie ook, al is dat vaak niet beschikbaar. En al gaan depressies soms vanzelf over, risico bestaat dat er in de zwartste periode een ongeluk gebeurt.
Kom niet aan met ‘kop op’ of ‘ga eens iets leuks doen’. Ook al zijn we niet het zonnetje in huis, als je het kan opbengen; een beetje aandacht doet ons goed.
Vlak voor het gebed, aan het eind van de bijeenkomst, kwam de aap uit de mouw toen de lijst met te bezoeken zieken rond ging. Al deze mensen zetten zich in voor hun medemens en kregen eigenlijk bijles.
Na afloop nam een dorpsgenoot me in vertrouwen; ‘goed verhaal, mijn zoon lijdt ook zo. Altijd zagen ze hem als een luie donder’.















