
Column Frank/Janine: armoe
AlgemeenHet kan snel gaan. Dit voorjaar verbaasden oplopende prijzen. Economen stelden gerust; corona bracht vraag en aanbod in onbalans – dat vlakt wel uit. Het werkend bevolkingsdeel was met goed gevulde zakken de pandemie uit gekomen; salaris wel verdiend maar niet uitgegeven. De pijn raakte vooral horeca, cultuur en toerisme. En toen oorlog en ontploffende prijzen. Naast onze eigen gas- en electriciteitsrekening krijgen we alle gestegen productiekosten doorberekend. Waar het goed gaat; de energie-sector (en de wapenindustrie). Pré-corona leefden al bijna één miljoen mensen onder de armoedegrens, huishoudens die uit geldgebrek niet mee kunnen doen; niet uit eten, niet op vakantie, elke euro drie keer ronddraaien. Als op alles is beknibbeld, waar dan nog te bezuinigen? De geur van armoe; witte kool, muf wasgoed en de pislucht van vochtig haardhout.
Als kind van de verzorgingsstaat kende ik het alleen uit boeken. Ik heb me gewend aan 17 graden als ‘aangename’ huistemperatuur maar de was wil zo niet drogen. Met een bescheiden mandje stond ik bij de supermarkt-kassa, week eerder was het hard gegaan. Omdat de benzine een duppie gedaald was, had ik een emmer in het autootje gegooid, even kalm aan dus.
Een jochie kroop voor, kon amper zijn doos diepvriespizza’s op de band leggen. Ik vroeg ‘m of dat al zijn boodschappen waren. Met grote ogen keek hij me niet begrijpend aan. Ik liet ‘m maar en verwachtte een kar met kop erop; moeder volgde met twee extra hummels, slechts in haar hand geklemd een statiegeldbon. Er moest nog één euro bijgepast. Gelukkig; er kwam een briefje van vijf uit de knip. Ik bijt nog even door, volgend jaar gaat 30 jaar ingelegde pensioenpremie uitbetalen. Ik gun ieder betere tijden.















