
Column F/J: Vrienden voor het leven
Actueel 1.483 keer gelezenVan de week was het week van de eenzaamheid. Niet aan meegedaan, druk met van alles. Neerslachtigheid kan zomaar toeslaan (en gelukkig even snel opklaren); ik kom vrienden tekort. Voor ik lezers lastig pleeg te vallen met mijn hersenspinsels zwalk ik altijd even internet door, op zoek naar wetenschappelijke basis.
Dat negatieve hechting in mijn jeugd schuld draagt, dat ligt er duimendik op. Wat je vroeg te kort komt haal je, rupsje-nooit-genoeg, nooit meer in. Wat ook niet helpt; extaltisch exhibitionistisme op social media. Iedereen heeft het altijd gezellig, behalve u(?) en ik. Telt u even mee? Statistisch heeft een gemiddeld mens zo’n 150 vrienden. Van meer personen bijhouden waar die zo ongeveer mee bezig zijn, daarvoor blijkt onze hersenpan te klein.
Al voor de jaartelling beschreef wijsgeer Aristoteles drie soorten; voor het gemak, voor de lol en voor het leven. Een langlopend Amerikaans onderzoek naar de waarde van vriendschappen startte in 1932. Begon met 60 personen, alle nazaten inbegrepen is de onderzoekspopulatie inmiddels gegroeid naar zo’n 2000.
Gebrek aan vriendschappen blijkt even groot gezondheidsrisico als roken of overgewicht. In jonge jaren hebben we vrienden bij de vleet om, lol trappend, de wereld te ontdekken. Later zijn ze makkelijk ‘laat ik jouw hond uit, haal jij mijn kind van school’. Relatiebreuken betekenen meestal grote schoonmaak in het vriendenboekje; kiezen en delen.
Ik belandde in een giftige relatie waarin ik, om mijn kind te behouden, afstand moest doen van ieder die me verder lief was. Dertien jaar hield ik dat vol. Dan leer je je vrienden kennen. Wie je daarna weer in de armen sluit; onvoorwaardelijke geborgenheid. Op echte vrienden kun je niet zuinig genoeg zijn.
Maar op een regenachtig koude zondag er op uit? Eerst maar weer eens vriendjes worden met mezelf.















