De recente uitvoeringen van de herdenkingscantate in Oude-Tonge (foto’s boven/beeld Jan Verduin) en in Stellendam (foto’s onder/beeld Herman van Wezel).
De recente uitvoeringen van de herdenkingscantate in Oude-Tonge (foto’s boven/beeld Jan Verduin) en in Stellendam (foto’s onder/beeld Herman van Wezel).

“De Herdenkingscantate geeft troost en houvast”

Algemeen 1.100 keer gelezen

Een imposant onderdeel van de watersnoodherdenking was ook dit jaar de uitvoering van de Herdenkingscantate watersnoodramp 1953. Het door Arie J. Keijzer gecomponeerde muziekstuk dat sinds de eerste uitvoering en Cd-opname in 2003 vijfjaarlijks opnieuw ten gehore wordt gebracht in de Hervormde kerken van Oude-Tonge en Stellendam. Ook dit jaar, bij de 70-jarige herdenking van de watersnoodramp, was dat het geval, op woensdagavond 1 en zaterdagavond 4 februari jl. En beide keren waren de kerkgebouwen tot achterin gevuld met aandachtige luisteraars.

Door Hans Villerius

Het initiatief voor de herdenkingscantate kwam 20 jaar geleden uit de toenmalige kring van christelijke zangverenigingen Goeree-Overflakkee. Die trad hiervoor in contact met organist en componist Arie J. Keijzer en die zegde toe om voor de Nationale Herdenking in 2003 – omdat het toen 50 jaar geleden was dat de watersnoodramp plaatshad – deze cantate te componeren. Het werd een vijftig minuten durend koorwerk voor groot koor, kamerkoor, mannenkoor, sopraan, orgel, pauken en grote trom. Een werk dat elke keer weer de hoorders raakt, vanwege de inhoud van de gezongen teksten, die extra zeggingskracht krijgt door de muziek die Keijzer erbij componeerde. Keijzer vertolkte erin Gods majesteit en almacht, de nietigheid van de mens en diens roepen tot God vanuit de diepten. Maar ook dat God hoort en verhoort, waarom de ziel Hem liefheeft en Hem wil toebehoren, op Hem vertrouwt en het van Hem verwacht.

Aansprekend
De cantate wordt gevormd door psalmen en gezangen, die dusdanig zijn samengebracht dat ze een duidelijke verhaallijn en boodschap hebben. Bij sommige coupletten zingt het publiek ook mee. “Het stuk is niet alleen bedoeld om de mensen te herdenken die in 1953 zijn omgekomen, maar wil vooral ook tot troost zijn voor de nabestaanden van de slachtoffers”, zo legde Keijzer 20 jaar geleden dit koorwerk uit. “De cantate geeft troost en houvast, het wijst de weg: Dáár kun je troost zoeken.” En die strekking heeft het werk vandaag de dag nog.

Na een inleidende funèbre voor orgel begint de cantate met de aansprekende woorden van dichter De Genestet ‘God heeft u zwaar beproefd. Ik weet één troostgrond maar: dat Hij het deed’. Dan volgen de bekende woorden van Job: ‘Naakt ben ik uit de schoot mijner moeder gekomen, naakt zal ik daarheen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, de HEERE heeft genomen, de Naam des HEEREN zij geloofd’. Daarna vervolgt de cantate haar lijn, met psalmen en gezangen die in het kader van de watersnoodherdenking zeer aansprekend zijn en troost en houvast willen geven. De teksten zijn veelzeggend. ‘De waat’ren, HEER, verheffen zich in ’t rond, rivier en meer verheffen hun geruis, het siddert al op ’t woeden stroomgedruis. Maar, HEER, Gij zijt veel sterker dan ’t gedruis der waat’ren, dien Uw almacht palen stelt. De grote zee zwijgt op Uw wenk en wil, hoe fel zij bruis’, hoe fel zij woede, stil’ (Psalm 93). Maar ook vertolkt het de ontberingen van hen die door de watersnood zwaar getroffen werden. ‘Uit de diepten roep ik, HEERE, tot U. HEERE, hoor naar mijn stem, merk op mijn luide smekingen. Wie zal bestaan? Mijn ziel verwacht en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op de HEERE, meer dan wachters op de morgen’ (Psalm 130). Een prachtige aria voor sopraan en met een begeleidende orgelpartij waarin duidelijke Bach-motieven te horen zijn, verwoordt: ‘Ik heb de HEERE lief, want Hij hoort mijn smeken, de HEERE hoort mijn stem. Banden des doods hadden mij omvangen, angsten der hel hadden mij getroffen, ik kwam in smart en nood. Maar ik riep de Naam des HEEREN aan: och HEERE, bevrijd mijn ziel. God heb ik lief, want Hij neigde Zijn oor tot mij, want de HEERE hoort mijn stem’ (Psalm 116). En verder: ‘Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting. Waarlijk, Hij is mijn rots, mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. Op God rust mijn heil mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. Vertrouw op Hem te allen tijde’ (Psalm 62). En opnieuw een aria voor sopraan: ‘Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komt. Hij zal uw voet niet laten wankelen. Zie, de Bewaarder Israëls slaapt noch sluimert niet’ (Psalm 121). Met de woorden van Gezang 479 wordt beleden: ‘Aan U behoort, o Heer der heren, de aarde met haar wel en wee. De steile bergen, koele meren, het vaste land, de onzeek’re zee. Van U getuigen dag en nacht. Gij hebt ze heerlijk voortgebracht’. Een orgelsolo over Psalm 127 (‘Mijn licht, mijn heil is Hij, mijn God en Here’) geeft een fraaie afwisseling aan het geheel. En na opnieuw de woorden ‘‘God heeft u zwaar beproefd. Ik weet één troostgrond maar: dat Hij het deed’ volgt een breed bezongen uitbundig ‘Amen’, als afsluitend loflied.
Een lange stilte in de kerk na het wegklinken van het slotakkoord gaf aan dat het gehoorde indrukwekkend was en had aangesproken.

Aangegrepen
“Het heeft me erg aangegrepen om aan de watersnoodherdenking te mogen meewerken en dat ik er deze cantate voor mocht componeren”, gaf Keijzer in 2003 aan. Hij was 21 jaar en woonde in Nieuwe-Tonge toen de watersnoodramp zich voltrok. Het is dan ook niet voor niets dat hij zich persoonlijk betrokken voelt bij de herdenking van de gebeurtenissen van toen. “Het was verschrikkelijk. We werden halfvijf ’s nachts wakker gemaakt met de mededeling ‘Maak dat je wegkomt!’. Vervolgens hoorde ik een donderend geluid en even later vlogen in huis alle ramen en deuren eruit en stonden we tot ons middel in het water. We vluchtten naar boven, maar het water kwam ook daar. Ik dacht dat dit het einde was. We hebben met elkaar gebeden en… zijn bewaard gebleven.”

De allereerste uitvoering van zijn herdenkingscantate dirigeerde Keijzer zelf. Inmiddels is hij 90 jaar en het deed hem groot genoegen dat hij tijdens de afgelopen uitvoering in Oude-Tonge tóch nog een keer aanwezig kon zijn (foto rechtsboven).

Uitvoerenden waren Jan Bezuijen (dirigent, foto linksonder), Johan van Broekhoven (organist), Gerrit Zwerus (pauken), Cees Boelaars (grote trom), Marlotte van ’t Hoff (sopraan), het projectkoor ’70 jaar watersnoodramp’ en een kamerkoor samengesteld uit kamerkoor ‘Fiori Musicali’.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant