
Het 87e Bachconcert op koor- en hoofdorgel
Actueel 658 keer gelezenMiddelharnis - Op zaterdag 27 september (aanvang 20.00 uur) hoopt organist Paul Kieviet in de Grote Kerk te Middelharnis het 87e Bachconcert te geven. Dit keer met een bijzonder thema: Bach en zijn romantische navolgers. De negentiende eeuw, het tijdperk van de romantiek, was óók de tijd van de Bach revival, de herontdekking van Bachs grandioze orgelkunst.
Juist de grote negentiende-eeuwse componisten lieten zich inspireren door Bach. Dat begon trouwens al aan het eind van de eeuw daarvoor, bij Mozart. En ook Beethoven komt steeds meer onder invloed van Bach. Opvallend is dat grote componisten vooral gefascineerd zijn door Bachs orgelmuziek.
Klein citaatje van Robert Schumann (1810-1856): Het is vooral aan het orgel dat Bach het meest subliem is; daar is hij helemaal in zijn element. Hij is daarin grenzeloos en schrijft werken die de eeuwen zullen verduren. Deze verwondering hebben ze, elk op een eigen manier, in hun eigen composities verwerkt.
Dit concert wil daarvan iets laten horen! Naast Bach horen we Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847), Johannes Brahms (1833-1897) en Max Reger (1873-1916).
U bent van harte welkom!
De toegang is uw gift aan de uitgang.
Wie Bach zegt, zegt Fuga. Zo’n stuk waarin op basis van één melodie (thema) een heel muzikaal bouwwerk wordt opgezet. Aan het eind van zijn leven schreef Bach zijn Kunst der Fuge (BWV 1080). Onnavolgbaar hoe hier - vanuit één korte melodie - allerlei kunstgrepen worden uitgehaald. Tot in onze tijd - en zeker ook in de negentiende eeuw - geldt het als het onbetwiste hoogtepunt van de fugakunst. Op het programma staan hieruit de eerste drie fuga’s, op het koororgel. Preludium en Fuga in c (BWV 546) is één van de zes “grote preludia en fuga’s”, de collectie die al in 1812 in druk verscheen. Het is bekend dat Robert Schumann - eveneens een groot componist - en zijn vrouw Clara dit werk vierhandig op de piano speelden. Collega Franz Liszt maakte er zijn hele leven studie van, en gaf in 1852 een versie voor piano uit. Tussen Preludium en Fuga klinkt het Adagio uit Triosonate I (BWV 525).
Van Mendelssohn is bekend dat hij is in 1829 voor het eerst Bachs Matthäus dirigeerde. Maar niet alleen dat: de jonge Felix speelde – op de piano – al heel jong Bachs preludia en fuga’s. In zijn Sonate III in A (Op. 65) horen we hoe hij Bachs fugakunst – in een romantisch coloriet – verweeft met de aangrijpende melodie die Martin Luther componeerde bij zijn berijming van Psalm 130, Aus tiefer Not schrei ich zu dir.
Ook bij Johannes Brahms – misschien wel de grootste componist van de negentiende eeuw – komen we Bach tegen, heel overtuigend: in zijn Elf Choralvorspiele. Ook hier gebaseerd op Lutherse kerkliederen: in O Welt, ich muss dich lassen en Schmücke dich, o liebe Seele herkennen we Bachs Orgelbüchlein-koralen. Brahms’ Fuga in as is echt verbazingwekkend: hoe hier in een romantische jas Bachs fugakunst wordt verwerkt, wonderschoon en ongelooflijk knap…
Max Reger, tenslotte, geeft in zijn imponerende Introduktion und Passacaglia d-moll zijn bewondering voor Bach handen en voeten. Geen enkele twijfel, we horen hier pure inspiratie door Bachs Passacaglia in c. Grandioos.















