Afbeelding
© Hollandse Hoogte / Patricia Rehe

1468 mensen overleden aan COVID-19 in derde kwartaal

Algemeen 659 keer gelezen

In het derde kwartaal van 2022 zijn 1468 mensen overleden aan COVID-19. Dat is vergelijkbaar met het tweede kwartaal, maar hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2021 en 2020. Ruim twee derde was 80 jaar of ouder. Dit meldt het CBS op basis van de voorlopige cijfers over doodsoorzaken.

COVID-19 was in 3,7 procent van de bijna 40 duizend sterfgevallen in het derde kwartaal de doodsoorzaak. In juli overleden 700 mensen aan COVID-19, in augustus 480 en in september 288.

Aandeel sterfte aan COVID-19 hoger bij Wlz-zorggebruikers
Bij gebruikers van langdurige zorg (Wlz), zoals bewoners van verpleeghuizen of gehandicaptenzorginstellingen, was COVID-19 de doodsoorzaak in 5,4 procent van de sterfgevallen in het derde kwartaal van 2022. Bij de overige bevolking was het aandeel aan COVID-19 toe te schrijven sterfgevallen 2,6 procent, lager dan bij de Wlz-zorggebruikers. Tijdens sterftepieken in 2020 en 2021 lag het percentage overledenen met COVID-19 als doodsoorzaak per week veel hoger: bij Wlz-zorggebruikers tussen de 30 en 40 procent, bij de overige bevolking tussen de 20 en 30 procent.

Oversterfte en COVID-19-sterfte
In het derde kwartaal van 2022 was er oversterfte: bijna in elke week overleden meer mensen dan voor die periode verwacht kon worden. Alleen in de tweede week van september was er geen oversterfte. De oversterfte was in aantallen iets hoger dan de sterfte aan COVID-19 in het derde kwartaal, net als in het tweede kwartaal. Ook in het vierde kwartaal was de sterfte hoger dan verwacht. In die periode was er ook een griepgolf in Nederland; de doodsoorzaken van de overledenen in die periode worden echter pas later bekend.

Geen grote verschillen bij andere doodsoorzaken
COVID-19 was in 3,7 procent van de bijna 40 duizend sterfgevallen in het derde kwartaal de doodsoorzaak. Bij andere groepen doodsoorzaken was de sterfte in het derde kwartaal grotendeels vergelijkbaar met die in derde kwartaal van eerdere jaren. Aan hart- en vaatziekten overleden wat minder mensen dan een jaar eerder. De sterfte aan niet-natuurlijke doodsoorzaken was hoger, wat voornamelijk veroorzaakt werd door een stijging van het aantal mensen dat is overleden na een accidentele val (zie ook: Meer mensen overleden na een val). De belangrijkste doodsoorzaken zijn nieuwvormingen (waaronder kanker) en hart- en vaatziekten.

Cijfers sterfte aan COVID-19
De cijfers over doodsoorzaken zijn gebaseerd op de doodsoorzaakverklaringen van artsen, die het CBS verwerkt en na vier maanden kan publiceren. Het RIVM en de Rijksoverheid melden het aantal overleden COVID-19-patiënten per week. Dat aantal is lager dan wat het CBS later publiceert op basis van doodsoorzaken. Dat komt doordat melding van COVID-19-sterfte aan het RIVM niet verplicht is. Ook kan een arts COVID-19 als doodsoorzaak op basis van het klinisch beeld vaststellen, zonder dat dit met een test is vastgesteld. Over het totaal aantal overledenen publiceert het CBS wekelijks cijfers, voordat informatie over de doodsoorzaken bekend is.

Op basis van GGD-meldingen rapporteerde het RIVM 22 675 mensen die overleden aan COVID-19 van maart 2020 tot en met 30 september 2022 (stand op 23 januari 2023). Het CBS registreerde in dezelfde periode op basis van doodsoorzaakverklaringen 46 258 mensen die overleden aan vastgestelde of vermoedelijke COVID-19.

Bronnen

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant