Gelegen duidt op rust, gelegd op beweging. En wat zie je hier?
Gelegen duidt op rust, gelegd op beweging. En wat zie je hier?

Heb ik m’n boek nou bij het raam gelegd of gelegen?

Algemeen 142 keer gelezen

Is het nou gelegen of gelegd? Deze woorden zijn de voltooide deelwoorden van de werkwoorden liggen en leggen. Liggen duidt op rust: ik lig op bed. Ik heb op bed gelegen. Leggen duidt op beweging: de kip legt een ei. De kip heeft een ei gelegd. Dus, je hebt een boek bij het raam gelegd 

Door Nick Ehbel

Dit verschil komt ook voor bij zitten en zetten.
Zitten duidt op rust: ik zit in een comfortabele fauteuil. Hij heeft op die plek gezeten, hij zat daar lekker.
Zetten duidt op beweging: tante heeft een potje thee gezet. Je hebt iets op de grond neergezet.

Dus,
Zet het pakje maar voor de deur. (tegen de bezorger)
Ik zit voor de deur lekker in het zonnetje.

En voor de liefhebbers...
Liggen en zitten zijn sterke werkwoorden.
liggen - lag - gelegen
zitten - zat - gezeten
Zij liggen op het grasveld. Hij lag de hele dag in z’n hangmat. Zij heeft daar vandaag nog niet in gelegen.

Leggen en zetten zijn zwakke werkwoorden.
Leggen - legde -gelegd
Zetten - zette - gezet.
De mannen zetten de verhuisdozen neer. Zij zette thee voor hen. Ik heb hem mooi op z’n nummer gezet.

Uit de krant